U bevindt zich hier:

Oefeningen Nederlands trim 3

Oefeningen Nederlands 3e trimester

Taalschat

Taalschatoefening p. 557: taalschat557

Taalschatoefening p. 559: LWB559Opdracht7

Spreekwoorden en zegswijzen p. 568: spreekwp568 

Woordleer

Oefening 1: Het wederkerend voornaamwoord - wdkvnw

Oefening 2: Jou of jouw? - joujouw

Oefening 3: De genitief - Vervang de van-vorm door een genitief

Oefening 4: Voorzetsels. p. 584/1 - WB p_ 584-1

Oefening 5 Voorzetsels p. 585/2- WB p_ 585-2

Oefening 6: Voorzetsels p. 585/3 - WB p_ 585-3

Zinsleer

Oefening 1: Het lijdend voorwerp  - LVoef1

Oefening 2: Het lijdend voorwerp - LVoef2

Oefening 3: Het meewerkend voorwerp - MVoef1

Oefening 4: Het meewerkend voorwerp - MVoef2

Oefening 5: Het gezegde  - WWGofNWG1

Oefening 6: Het gezegde -WWGofNWG2

Oefening 7: Het werkwoordelijk gezegde - Benoem de delen van het WWG

Oefening 8: Het werkwoordelijk gezegde - Duid de delen van het werkwoordelijk gezegde aan

Oefening 9: Het werkwoordelijk gezegde - Het werkwoordelijk gezegde

Oefening 10: Het naamwoordelijk gezegde - Het naamwoordelijk deel van het gezegde = Nd Gez

Oefening 11: De bepaling – Bepaling

Werkwoordspelling

Oefening 1: Werkwoordspelling - Repetitie werkwoordspelling

Spelling

Oefening 1: het trema - het trema

Spellingsoefeningen 2e trim

 

Het koppelteken of liggend streepje

Opdracht 1 (p. 380) (koppelteken3801.htm)

Opdracht 2 (p.380) (WRTS)

Opdracht 3 (p. 381) (WRTS)

Opdracht 4 (p. 381) (koppelteken3814.htm)

Kenniskoffer (p. 382) (koppelteken382.htm)

Het deelteken of trema

Opdracht 6 (p. 383) (LWBp3836.htm)

Opdracht 7 (p. 384) (LWBp384.htm)

De hoofdtijden van de werkwoorden

Opdracht 13 (p. 388) (hoofdt3891)

Kenniskoffer deel 1 (p. 389) (LWBp388.htm)

Kenniskoffer deel 2 (p. 389) (hoofdt3892)

Kenniskoffer deel 3 (p. 389) (hoofdt1893)


TAALTSCHATOEFENINGEN 2e  trimester

Afleidingen

Opdracht 22 (p. 469) (afleiding4691 + afleiding4692)

Opdracht 23 (p. 470 (afleiding4701 + afleiding4702)


Taalschat bij de tekst ‘De molen van het Koselmoeras’

Opdracht 3: dierengeluiden - p. 459

Opdracht 4: Welk woord kun je aanvullen? - p. 459

Opdracht 5: Verzamelwoorden - p. 460

Opdracht 9: Zoek een tekenend woord (p. 461)

Hot Potatoes eerste jaar - 2e trimester

Taalschat

Oefening 1: Van zelfstandige naamwoorden kun je bijvoeglijke naamwoorden maken
                   (WB p. 172) - oef1721.htm
Oefening 2: Vervang de cursief gedrukte woorden door een bijvoeglijk naamwoord
                   (WB p. 172 – 173) - 1722.htm
Oefening 3: combinatieoefening (WB p. 173) - 173adj.htm
Oefening 4: Vul het ontbrekende adjectief in (WB p. 174) - 1744.htm
Oefening 5: Vul het ontbrekende adjectief in (WB p. 174) - oef1745.htm
Oefening 6: Trappen van vergelijking (WB p. 175) - 175.htm
Oefening 7: Woordpuzzel Grieselstate (WB p. 163 – 164) - grieselstate.htm
Oefening 8: Haspel ze niet door elkaar (WB p. 157 / LB p. 159) - HNDp157.htm
Oefening 9: Antoniemen (LB p. 159) - antoniemen159.htm
Oefening 10: Antoniemen (LB p. 160) - antoniemen1601.htm
Oefening 11: Antoniemen (LB p. 160) – 1603.htm
Oefening 12: Zegswijzen en spreekwoorden (LB p. 160 – 161) - zes160.htm
Oefening 12: Letterlijk of figuurlijk (LB p. 162) - lofF1621.htm
Oefening 13: Letterlijk of figuurlijk (LB p. 162) - lf1622.htm
Oefening 14: Haspel ze niet door elkaar (WB p. 215 - 216)

Werkwoordspelling

Oefening 1 a: WB p. 176 - werkwoordp176a.htm
Oefening 1 b: WBp. 176 - ww176b.htm
Oefening 1 c: WB p. 177 - WW1773.htm
Oefening 2: WB p. 177 - ww177d4.htm
Oefening 3: o1ww.htm

Spelling

Oefening 1: meervoud (WB p. 116) - m 1116.htm
Oefening 2: meervoud (WB p. 116) - mvs2116.htm
Oefening 3: meervoud (WB p. 117) - mv117.htm  
Oefening 4: meervoud (WB p. 118) - mv1181.htm  
Oefening 5: meervoud (WB p. 118) - mv1182.htm  
Oefening 6: gevaarlijke adjectieven (WB p. 178) - gevadj178.htm
Oefening 7: hoofdletters (WB p. 180) - hoofdl180.htm

Zinsleer eerste jaar

Nederlandse oefeningen voor de 1e en 2e graad - © Luc Demey - VMS

Zinsleer 1e jaar

Oefening 1: Duid het WWG aan
Oefening 2a: Zindsdelen aanduiden
Oefening 2b: Zindsdelen aanduiden
Oefening 2c: Zindsdelen aanduiden
Oefening 2d: Zindsdelen aanduiden
Oefening 2e: Zindsdelen aanduiden
Oefening 3: meewerkend voorwerp
Oefening 4: Nederlandse gezegeden
Oefening 5: Nederlandse gezegden
Oefening 6: O en Pv
Oefening 7: overgankelijk of overgankelijk
Oefening 8a: zinsdelen benoemen
Oefening 8b: zinsdelen benoemen
Oefening 8c: zinsdelen benoemen
Oefening 8d: zinsdelen benoemen
Oefening 8e: zinsdelen benoemen
Oefening 9: soorten zinnen
Oefening 10: werkwoordelijk gezegde
Oefening 11: gezegde aanduiden
Oefening 12a: Zinsdelen benoemen
Oefening 12b: Zinsdelen benoemen
Oefening 12c: Zinsdelen benoemen
Oefening 12d: Zinsdelen benoemen
Oefening 12e: Zinsdelen benoemen
Oefening 13a: zinnen bouwen
Oefening 13b: zinnen bouwen
Oefening 13c: zinnen bouwen
Oefening 13d: zinnen bouwen
Oefening 13e: zinnen bouwen
Oefening 13f: zinnen bouwen
Oefening 13g: zinnen bouwen
Oefening 13h: zinnen bouwen
Oefening 13h: zinnen bouwen
Oefening 14: MV – met of zonder vz
Oefening 15: MV, LV of BwB
Oefening 16a: Duid het juiste zinsdeel aan
Oefening 16b: Duid het juiste zinsdeel aan
Oefening 16c: Duid het juiste zinsdeel aan
Oefening 16d: Duid het juiste zinsdeel aan
Oefening 16e: Duid het juiste zinsdeel aan
Oefening 16f: Duid het juiste zinsdeel aan
Oefening 16g: Duid het juiste zinsdeel aan
Oefening 16h: Duid het juiste zinsdeel aan
Oefening 16i: Duid het juiste zinsdeel aan
Oefening 16j: Duid het juiste zinsdeel aan
Oefening 16k: Duid het juiste zinsdeel aan
Oefening 17: de soorten zinnen
Oefening 18: maak een correcte zin
Oefening 19: het MV
Oefening 20: O en PV
Oefening 21: zinsontleding
Oefening 22: zinsontleding
Oefening 23: het LV
Oefening 24: soorten zinnen

Taalschat eerste jaar

Nederlandse oefeningen voor de 1e en 2e graad - © Luc Demey - VMS

Taalschat 1e jaar

Oefening 1: tekenende woorden
Oefening 2: klinkerspel
Oefening 3: sport (woordpuzzel)
Oefening 4: werkwoorden – klanknabootsingen
Oefening 5: samenstellingen met huis
Oefening 6: vergelijkingen, zegswijzen, spreekwoorden i.v.m. dieren
Oefening 7: spreekwoorden in verband met dieren
Oefening 8: vergelijkingen
Oefening 9: vreemde woorden
Oefening 10: samenstellingen
Oefening 11: puzzel: huizen bouwen
Oefening 12: puzzel: woorden die we met elkaar verwarren
Oefening 13: woorden die we met elkaar verwarren
Oefening 14: woorden die we met elkaar verwarren
Oefening 15: dierennamen in voorwerpen
Oefening 16: dierengeluiden - klanknabootsingen
Oefening 17: collectieven
Oefening 18: collectieven
Oefening 19: puzzel: allemaal beestjes
Oefening 20: antoniemen
Oefening 21: eten en drinken
Oefening 22: samengestelde adjectieven
Oefening 23: maak goede woorden
Oefening 24: ICT-taalschat
Oefening 25: klanken
Oefening 26: samenstellingen
Oefening 27: samenstellingen

Woordleer eerste jaar

Nederlandse oefeningen voor de 1e en 2e graad - © Luc Demey - VMS

Oefening 1: soorten werkwoorden
Oefening 2: soorten werkwoorden
Oefening 3: soorten werkwoorden
Oefening 4: soorten werkwoorden
Oefening 5: soorten werkwoorden
Oefening 6: overgankelijk of onovergankelijk
Oefening 7: van werkwoord naar zelfstandig naamwoord
Oefening 8: van werkwoord naar zelfstandig naamwoord
Oefening 9: van werkwoord naar zelfstandig naamwoord
Oefening 10: voornaamwoorden
Oefening 11: voornaamwoorden

Spelling eerste jaar

Nederlandse oefeningen voor de 1e en 2e graad - © Luc Demey - VMS

Oefening 1: aaneenschrijven of los
Oefening 2: aaneenschrijven of los
Oefening 3: aaneenschrijven, spatie of liggend streepje
Oefening 4: liggend streepje of aaneen
Oefening 5: juist of fout
Oefening 6: juist of fout
Oefening 7: verbeter de fout
Oefening 8: afkortingen
Oefening 9: deelteken
Oefening 10: genitief
Oefening 11: meervoud
Oefening 12: meervoud
Oefening 13: meervoud
Oefening 14: hoofdletters
Oefening 15: komma
Oefening 16: verdelen in lettergrepen
Oefening 17: klanken
Oefening 18: leestekens
Oefening 19: medeklinkers
Oefening 20: tweeklanken

Werkwoordspelling eerste jaar

Tip: gebruik het algoritme dat je hier kunt downloaden bij het maken van de werkwoordoefeningen. Klik hier om het algoritme te downloaden: algoritme werkwoordspelling

Je moet je dus altijd eerst afvragen met welke werkwoordsvorm je te maken hebt in een oefening: infinitief, Pv, gebiedende wijs, voltooid deelwoord, onvoltooid deelwoord... Volg dan de instructies van het algoritme.

Oefening 1: zoek de noemvorm
Oefening 2: tegenwoordige tijd (heel eenvoudig)
Oefening 3: tegenwoordige tijd (heel eenvoudig)
Oefening 4: tegenwoordige tijd (heel eenvoudig)
Oefening 5: tegenwoordige tijd
Oefening 6: verleden tijd (zwakke ww’s – heel eenvoudig)
Oefening 7: verleden tijd (sterke ww’s – heel eenvoudig)
Oefening 8: verleden tijd: (sterke ww’s)
Oefening 9: voltooid en onvoltooid deelwoord – heel eenvoudig
Oefening 10: werkwoordoefeningen – alle vormen
Oefening 11: werkwoordoefeningen – alle vormen
Oefening 12: werkwoordoefeningen – alle vormen
Oefening 13: werkwoordoefeningen – alle vormen
Oefening 14: werkwoordoefeningen – alle vormen
Oefening 15: werkwoordoefeningen – alle vormen
Oefening 16: werkwoordoefeningen - alle vormen
Oefening 17: werkwoordoefeningen – alle vormen
Oefening 18: werkwoordoefeningen - alle vormen

 

Intranet personeel

Volg ons op Twitter

Volg ons op Facebook

VMS Roeselare 2011-2012